Deze vorm van conflictoplossing is de belangrijkste van de door ons kantoor aangeboden vormen. Zij is gericht op het geven van een oordeel door de Senioren van BJA als arbiters of scheidslieden. Definitieve geschilbeslechting in de vorm van een scheidsrechterlijke uitspraak is vanouds een van de vormen van buitengerechtelijke conflictoplossing uit het pakket van BJA. Zij berust op de rechtsprekende ervaring van de adviseurs van het kantoor. Zo beschikt prof. Tak over vele jaren ervaring als Raadsheer in de Centrale Raad van beroep (27 jaar), plaatsvervangend Voorzitter van het ambtenarengerecht te Utrecht, en (onder de Awb) plaatsvervangend President van de Utrechtse Rechtbank. Daarnaast heeft hij vele jaren gefunctioneerd als Voorzitter van het College van Beroep voor de Universitaire Examens aan de Open Universiteit. Prof. Teunissen beschikt over jarenlange ervaring in behandeling van bestuursrechtelijke bezwaren door bezwarencommissies onder de Awb, met specialisatie in aangelegenheden van milieu, bouwen en wonen.

Arbitrage is met name geïndiceerd op die terreinen, waarop de adviseurs van BJA over specifieke ervaring en deskundigheid beschikken, zoals ambtenarenzaken, ruimtelijke-ordeningsaangelegenheden, bouwkwesties, milieuproblematiek en schadekwesties. De procedure heeft de formele setting van het arbitraal geding. De arbiters oordelen naar de regelen des rechts, alsmede naar de bij gezamenlijke opdracht (compromis of arbitraal beding) geformuleerde richtlijnen en de redelijkheid en billijkheid. De procedure beoogt een bindende, inhoudelijke eindbeslissing (vonnis) van de arbiters. Tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis geschiedt zo nodig met verlof tot executie van de President van de rechtbank op de voet van art. 1062 Rv.

Scheidsrechterlijke geschilbeslechting door BJA geschiedt in de vorm van een scheidsrechterlijke uitspraak. De bindendheid berust hier op de wil van partijen, zoals ook het geval is bij mediation. Anders dan bij mediation is evenwel geen sprake van vrijblijvendheid voor partijen, doch onderwerpen dezen zich aan het oordeel van de scheidsrechter van BJA. De uitspraak biedt een definitieve oplossing en beëindiging van een (potentieel) juridisch geschil. Binnen een uiterst kort tijdsbestek van enkele weken — of hooguit (in uitzonderingsgevallen) enkele maanden – wordt een de partijen bindende uitspraak gedaan, zonder rechterlijke procedure met de daarbij behorende exorbitante griffierechten.

Buitengerechtelijke geschilbeslechting wordt toegejuicht door de landelijke wetgever, die streeft naar grotere afdoening van geschillen buiten rechte. Hoewel menigeen daarbij in de eerste plaats denkt aan mediation, moet deze civielrechtelijke vorm echter ongeschikt worden geacht voor de meeste bestuursrechtelijke kwesties. Zij is bovendien te langdurig en te duur. Maar bovenal is zij te onzeker.

De scheidsrechterlijke uitspraak kenmerkt zich door:

  • voortvarende totstandkoming
  • inhoudelijkheid van oplossing
  • finaliteit van oplossing
  • zekerheid voor zowel overheid als burger.

Zij is de hardste vorm van alle door BJA aangeboden vormen van geschiloplossing buiten rechte.

Voor wie dit wenst, kan zij worden verkregen in de vorm van een arbitragevonnis (zie de Regeling Arbitrage). Wie ook deze procedure nog te omslachtig vindt, kan kiezen voor een buitengerechtelijke uitspraak. De gewone regels van arbitrage zijn ook op deze variant van toepassing, voorzover niet anders is bepaald. In de meer eenvoudige gevallen zal worden volstaan met een schriftelijke behandeling.

Scheidsrechterlijke uitspraken worden, tenzij anders is overeengekomen, uitsluitend gedaan door de hoogleraren Tak (emeritus) en J.M.H.F. Teunissen. Deze hoogleraren beschikken over een zeer ruime ervaring in de overheidsdienst, als wetenschapper, en als gezegd in de rechtspraak. Ook een scheidsrechterlijke uitspraak geschiedt in principe door één scheidsrechter. In overleg met partijen zijn uitbreiding of andere modaliteiten denkbaar.

Evenals gewone arbitrage geeft een scheidsrechterlijke uitspraak een definitieve, inhoudelijke en finale beslechting van het tussen partijen bestaande of geduchte geschil, doch zij gaat verder. Partijen verplichten zich op voorhand zich neer te zullen leggen bij het door de scheidsrechter te geven oordeel. Zij doen daartoe afstand van al hun formele bevoegdheden in en buiten rechte, waaronder rechten van bezwaar en beroep. Bovendien komen zij vooraf overeen dat deze afdoeningswijze wordt gesanctioneerd door een afdoend te achten dwangsom, opgelegd zoals op de voet van artikel 1056 Rv. ten laste van de partij die zich niet aan de overeengekomen wijze van afdoening houdt, of zich niet bij het scheidsrechterlijke vonnis neerlegt, ten gunste van de andere partij.

Het tarief voor scheidsrechterlijke uitspraken bedraagt de helft van de totale bedragen aan griffierecht, zoals die volgens het wetsvoorstel ‘kostendekkende griffierechten’ voor rechterlijke behandeling is verschuldigd. Iedere partij draagt daarbij haar eigen deel volgens de verdeling van de lasten voor griffierecht voor rechterlijke behandeling conform het wetsvoorstel.

Arbitrageregeling
Arbitrage beoogt evenals alle vormen van Buitengerechtelijke Conflictoplossing uit het pakket van BJA een voor alle partijen bevredigende oplossing van een (potentieel) juridisch geschil door binnen een uiterst kort tijdsbestek van enkele weken — of hooguit (in uitzonderingsgevallen) enkele maanden – middels een voor alle betrokkenen aanvaardbare oplossingen zonder dat daar een formele procedure aan te pas is gekomen. Zij kenmerken zich alle door:

  1. voortvarende totstandkoming
  2. inhoudelijkheid van oplossing
  3. finaliteit van oplossing
  4. zekerheid voor zowel overheid als burger.

Arbitrage is gericht op het geven van een beslissend oordeel over een omstreden kwestie door een of meer adviseurs van BJA als arbiters of scheidslieden. Deze vorm van geschilbeslechting is met name geïndiceerd op die terreinen, waarop de adviseurs van BJA over specifieke ervaring en deskundigheid beschikken, zoals ambtenarenzaken, ruimtelijke-ordeningsaangelegenheden, bouwkwesties, milieuproblematiek en schadekwesties.

De procedure vindt plaats op de voet van het vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikelen 1020-1076). Partijen kunnen bij gezamenlijke opdracht aan BJA de beslechting van geschillen opdragen die tussen hen zijn ontstaan over een tussen hen bestaande of gepretendeerde rechtsbetrekking. Deze opdracht kan bestaan uit het compromis, waarbij partijen zich verbinden een tussen hen bestaand geschil aan arbitrage van BJA te onderwerpen, als uit het arbitraal beding, waarbij partijen zich verbinden om geschillen die tussen hen zouden kunnen ontstaan aan arbitrage van BJA te onderwerpen.

Arbitrage wordt in principe uitsluitend aangeboden in de persoon van professor mr. A.Q.C. Tak (emeritus) of professor mr. J.M.H.F. Teunissen. Deze personen beschikken over een zeer ruime ervaring in de overheidsdienst en in de rechtspraak, en hoog gezag als wetenschapper. De arbitrage geschiedt in principe door één arbiter. Slechts in overleg met partijen zijn uitbreiding of andere modaliteiten denkbaar.
De procedure beoogt een bindende, inhoudelijke eindbeslissing (vonnis) van de arbiters. Zij heeft de formele setting van het arbitraal geding (artikelen 1036-1048 Rv). De plaats van arbitrage wordt door BJA bepaald. Partijen worden gehoord op de voet van de artikelen 1038 e.v. Rv. De arbiters oordelen naar de regelen des rechts, alsmede naar de bij gezamenlijke opdracht (compromis) geformuleerde richtlijnen en de redelijkheid en billijkheid. De arbiter is gelijkelijk als een rechter bevoegd tot het opleggen van dwangsommen; de artikelen 611a tot en met 611i zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in de gevallen bedoeld in artikel 611d, de opheffing, de opschorting of de vermindering van de dwangsom bij verzoekschrift moet worden verzocht aan de President van de Arrondissementsrechtbank van de plaats van arbitrage.
Elk vonnis wordt in afschrift, getekend door de arbiter(s), aan de partijen gezonden, terwijl het origineel wordt nedergelegd ter griffie van de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de plaats van de arbitrage is gelegen. Met deze nederlegging eindigt de opdracht van arbitrage, onverminderd het bepaalde in de artikelen 1060 en 1061 Rv.

Een (geheel of gedeeltelijk) eindvonnis van de arbiter krijgt gezag van gewijsde met ingang van de dag waarop het wordt gewezen. Executie geschiedt op de voet van de artikelen 1062-1063 Rv. Tegen deze vonnissen staan slechts de buitengerechtelijke rechtsmiddelen open van vernietiging en request civiel (artikelen 1064-1068 Rv).

Indien partijen gedurende een arbitraal geding tot een vergelijk komen, wordt de inhoudt daarvan op gezamenlijk verzoek door de arbiter vastgelegd in een arbitraal vonnis op de voet van artikel 1069 Rv. Dit geldt onder de daar gegeven restricties als een arbitraal eindvonnis.